De tuinen van Marqueyssac

De tuinen van Marqueyssac, vakantie Frankrijk, tuinontwerp, tuin architectuur, groen, travel France, © Tekst Eric Govers, Foto's Liesbeth van der wal, www.santmedia.nl

Een smal weggetje langs een vallei in het Zuid-Franse Vézac leidt naar een plotseling oprijzend kalkrotsplateau. Daar bevinden zich de buxus- tuinen, een beeldschone en groenblijvende ode aan het geduld.

Tussen 1830 en 1840 is Julien Bessière eigenaar van het terrein. Hij laat een Grande Allée aanleggen. Deze lommerrijke boslaan, gelegen langs de noord- flank van de berg, is bestemd voor zijn paarden. Kort daarna laat hij ook een kapel bouwen. Toch wordt het overgrote deel van de tuin en de paden zoals die nu zijn pas eind negentiende eeuw aangelegd, nadat Julien de Cerval het domein in het jaar 1861 van Bessière had geërfd. Hij laat tien- duizenden buxusplanten importeren, die de moestuinen van Marqueyssac definitief ver- anderen in een siertuin. Tevens laat Cerval acacia’s, cipressen, parasoldennen, platanen, lindebomen, goudenregens, steeneiken en kleine Napolitaanse cyclamen aanplanten, waarvan die laatste tussen de maanden augustus en oktober een fraai gekleurd herfsttapijt vormen.

De tuinen van Marqueyssac, vakantie Frankrijk, tuinontwerp, tuin architectuur, groen, travel France, © Tekst Eric Govers, Foto's Liesbeth van der wal, www.santmedia.nl

Jarenlang werkt Cerval aan de zuidhelling en ver- siert deze met talrijke speelse elementen: kronkelige paden, kleine trapjes, taps toelopende (schuil)hutten van op elkaar gestapelde stenen en in de rotsen uitgehakte banken.De zon is nog maar net aan zijn klim begonnen als we de toegangs- poort passeren, ’s morgens vroeg. Mistflarden en stilte zorgen voor een mysterieuze en tegelijk serene sfeer, waardoor je onbedoeld gaat fluisteren. Het piepende hekwerk en het knarsende grint zijn de enige geluiden die de idylle verstoren. Langs het steile tuinpad scharrelen twee pauwen onverstoorbaar in de borders. Bij de entree van het chateau worden we vriendelijk onthaald door Jean Lemoussu, de hoofdtuinier van Marqueyssac. Na de koffie met croissant lopen we samen met zijn vijf hoveniers naar de buxussculpturen die deze ochtend zullen worden geknipt.

Jean houdt zijn team het hele jaar door aan de slag om de tuinen, die een oppervlakte beslaan van maar liefst 22 hectare, naar behoren te onder- houden. Lemoussu legt uit dat hier honderdvijftig- duizend buxusbomen en struiken zijn geplant, die allemaal op traditionele wijze met de handschaar worden geknipt. Dit monnikenwerk vindt twee keer per jaar plaats, één keer aan het eind van de lente en één keer aan het begin van de herfst. “Bij elektrisch maaien verpulvert het blad, dan krijg je gele en dorre plekken in de sculpturen,” aldus de tuinman. Dat het mogelijk is sculpturen te creëren, komt door de gebruikte plant: Buxus sempervirens, die zowel groenblijvend is, zoals de naam verraadt, als zeer dicht bebladerd. Alleen regelmatige bezoekers weten dat het aanzien van de tuin door de jaren heen is veranderd: sommige struiken kregen de kans door te groeien en hebben een hoogte van tien meter bereikt.

De geschiedenis van Marqueyssac voert terug tot de Franse Renaissance. Als adviseur van de Franse koning koopt Bertrand Vernet de Marqueyssac het landgoed in 1692 voor zijn familie en begint met de aanleg van de terrassen ten westen van het chateau. Het ontwerp van de tuinen wordt toegeschreven aan een leerling van André la Notre, de beroemde Franse tuinarchitect van Lodewijk de Veertiende. De symmetrie en regelmaat die La Notres visie kenmerken, zijn hierin duidelijk te herkennen. Op de percelen rond het chateau werden, zoals destijds gebruikelijk was, groenten en fruit verbouwd.

Rotsbankjes en duiventillen

Tijdens al die bouwdrift verschijnen ook vele bijgebouwen, zoals loodsen, broeikassen, fruitkelders, duiventillen, paardenstallen,

schaapskooien en twee enorme cisternen, die het regenwater opvangen waarmee zijn tuinen worden besproeid. Water is immers schaars in deze kalkgronden.Na dertig jaar werken in en genieten van zijn eigen paradijs overlijdt Julien de Cerval in 1893. Daarna probeert de familie het domein zo goed mogelijk te onderhouden, onder wie zijn schoonzoon baron Maximiliaan d’Erp, een Belgisch diplomaat in Rome. Dankzij de Belgische tak van de familie staat er vandaag de dag Vlaams meubilair en hangen er portretten van Nederlandse voorouders in het chateau.

De tuinen van Marqueyssac, vakantie Frankrijk, tuinontwerp, tuin architectuur, groen, travel France, © Tekst Eric Govers, Foto's Liesbeth van der wal, www.santmedia.nl

Zorgvuldige restauratie

Pas wanneer het privédomein Marqueyssac in maart 1997 onder monumentenzorg wordt geplaatst, opent het zijn deuren voor het publiek. Daar gaat wel een indrukwekkende restauratie aan vooraf, want al sinds het midden van de vorige eeuw is het chateau nauwelijks meer bewoond, waardoor de tuinen in verval zijn geraakt. Het is tuinarchitect Kléber Rossillon, de huidige directeur, die, gesteund door Michèle de Jonghe d’Ardoye, een afstammeling van de familie Marqueyssac, deze historische plek in 1996 nieuw leven mag inblazen. Zorgvuldig wordt er op toegezien dat de sfeer en de geschiedenis van de tuinen volledig behouden blijft. De moeilijkste beslissing is het omhakken van vijftig steeneiken aan de achterkant van het chateau.

De tuinen van Marqueyssac, vakantie Frankrijk, tuinontwerp, tuin architectuur, groen, travel France, © Tekst Eric Govers, Foto's Liesbeth van der wal, www.santmedia.nl

Maar het is niet anders: alleen zo kan een nieuwe buxustuin worden aangelegd en krijgt de theetuin meer zonlicht. Langs de heerlijk geurende Allée des Romarins belanden we bij de Allée des Arches, waar het monumentale beeldhouwwerk van de kunstenaar Gérard Chabert uit 2009 de doorgang vormt naar de prachtige gazons langs de Promenade des Hauteurs. Deze wandelpaden leiden naar het Belvédère, een terras dat boven op een uitstekende rotswand is gebouwd en daardoor het mooiste uitzicht biedt van de Périgord  De terugweg langs het zuidelijke klif, met de schilderachtige naam La Promenade des Falaises, blijkt na iedere bocht verrassend, maar zodra de zon eenmaal hoog aan de hemel staat, wordt het tijd om ergens de schaduw op te zoeken. De wilde planten die op de rotsachtige uitlopers van het plateau groeien, hebben zich goed aangepast aan de waterarme kalkgrond. De warmte wordt overdag in de rotsbodem opgeslagen en ’s nachts weer afgegeven, wat de kou verzacht. Zelfs in de winter blijven de planten vorstvrij doordat ze worden omgeven door de mist die uit de 130 meter lager gelegen rivier opstijgt. De overige kronkelpaden, met een totale lengte van zes kilometer, vormen een gemoedelijk labyrint, waarin het overzichtelijk ronddwalen is.